Review: I Hate This Place
In dit artikel:
Casper Egas speelde I Hate This Place op de Xbox Series X en publiceerde zijn recensie op 26 maart 2026. De indiegame (prijskaartje circa €30) brengt je als Elena terug naar het platteland waar ze is opgegroeid, maar niets is wat het lijkt: geheime bunkers, een vreemde cult en gemuteerde wezens bepalen de sfeer.
Gameplay combineert veel elementen: grondstoffen verzamelen en bouwen op de boerderij van je tante (crafting, opslag, slaapplek en een tv om te saven), verkenning, stealth in gevaarlijke bunkers, gevechten en puzzelachtige nachtmomenten waarin je als een soort detective spoken moet onderzoeken met alleen een zaklamp. Overdag is het relatief rustiger maar minder lucratief; ‘s nachts kom je in onneembare spookwerelden terecht waar je niet kunt sterven maar wel antwoorden moet vinden om terug te keren.
Egas merkt dat de verschillende systemen uiteenlopen zonder echt één aspect meesterlijk uit te werken: het spel voelt aan als veel ideeën naast elkaar in plaats van één samenhangende ervaring. De besturing is omslachtig en vermindert de toegankelijkheid. Visueel is er gekozen voor een stripachtige stijl en een schuin-bovenaan camera die aan vroege Resident Evil-titels doet denken, maar de presentatie en animaties missen scherpte en detail. De stemmen zijn prima, maar de rest van de audio vergeet je snel zodra je uitschakelt.
Concluderend raadt de recensent I Hate This Place niet aan: het is niet slecht genoeg om onpeilbaar te verwaarlozen, maar het weet ook niet genoeg te overtuigen om door te spelen. Liefhebbers van experimentele horror of wie van genre-mixen houdt, kunnen er nog wel plezier aan beleven, maar in de overvolle indie-markt zal deze titel moeilijk opvallen.